08
sep
22

Goodfoot

Goed beschouwd waren The Beatles instrumentaal gezien een matige band. Er waren in hun gloriedagen betere gitaristen dan John Lennon en George Harrison en over Ringo Starr als drummer kunnen we kort zijn. Paul McCartney was de uitzondering. Vergeleken met de anderen was en is hij een top instrumentalist. Naast zijn compositorische gaven was hij een uitmuntende multi – instrumentalist die zeer verfijnde baspartijen produceerde die met name op Rubber Soul zich begonnen te ontwikkelen.

Het grote succes van The Fab Four zat hem in de Lennon / McCartney magie door hun compositorische kracht, originaliteit, creativiteit en bovenal de zangstemmen van beide heren. De rol van producer George Martin was immens belangrijk, zeker in de beginjaren en volkomen terecht werd hij beschouwd als de ‘vijfde Beatle’.

The Devil Is In The Details

Een staaltje van Paul’s geweldige talent en oor voor onderscheidende details zien we in bijgaand filmpje. Het is een interview met harpiste Sheila Bromberg die de harp speelde in “She’s Leaving Home” en verslag doet hoe Paul op zoek was naar iets wat hij zelf wel hoorde maar niet onder woorden kon brengen. Iedereen kent die geweldige intro van dit schitterende stuk. Bijzonder is dat op “She’s Leaving Home” geen enkele Beatle een instrument speelde en uitsluitend de stemmen van Paul en John te horen zijn.

Sheila Bromberg overleed op 17 Augustus 2021 in Aylesbury, Engeland.

In dit filmpje wordt duidelijk dat de Fab Four al sinds Rubber Soul de studio en de mogelijkheden daarvan begonnen in te zetten als “muziekinstrument”. Dat begon met de pianosolo op “In My Life” en werd vervolgens op Revolver ingezet bij “Tomorrow Never Knows en Tax Man”.

Door de evolutie van hun muziek en de steeds meer geavanceerde opnametechnieken kwamen ze tot de conclusie dat live optreden onmogelijk was geworden, zo ze dat al van plan waren.

The Analogues

Die bewering is echter deels teniet gedaan door The Analogues, de tribute band die sinds 2014 aan de weg timmert. Een stel zeer goede musici die deden wat de Fab Four niet konden of wilden, namelijk live optreden en ook hun meer complexe songs ten gehore brengen. Met veel inventiviteit en energie slaagden The Analogues hier wel in.

Hoe knap ook gedaan van deze groep, de echte magie en ziel ontbreekt. Zeker als je als Beatle genieter vanaf Day One alle punten en komma’s van hun werk kent en oplet of alles wel klopt vergeleken met het origineel. Dat gaat ten koste van de beleving mijns inziens.

The Analogues brachten onlangs eigen werk uit en dat valt te bewonderen. Met vakmanschap en liefde is het gemaakt. Met Goodfoot heeft de groep een prima compositie in huis maar er had veel meer ingezeten als op productioneel gebied en qua arrangement alles uit de kast was gehaald. Het nummer kabbelt nu een beetje voort en is een “net niet Beatles” song geworden.

Het mist een spanningsboog en een “hook”, waarom die stilte bij 2:12, waarom vanaf het begin de tweede stem meteen “weggeven”, waarom geen iets hoger dansbaar tempo, waarom geen lekker funky swingende sax sectie ipv die saaie lange noten (Savoy Truffle, Lady Madonna !) of een pakkende intro die de oren doet spitsen ? Allemaal vraagtekens. U kunt zelf oordelen.

01
sep
22

Rubber Soul

Vincent van Gogh MULO Hygieaplein

Vlak voor de Kerstvakantie in December 1965 stapte onze leraar Nederlands Van de Kerkhoff ons klaslokaal binnen. Plaats van handeling: De Vincent van Gogh MULO op het Hygieaplein in Amsterdam. Van de Kerkhoff was een representant van de nieuwe lichting leraren. Hij was midden twintig en in tegenstelling tot de oude kale mannen die ons lesgaven stak hij altijd in een modieus double-breasted pak met bijbehorende Clarks. Dat waren bruin suede schoenen die wij ‘bordeelsluipers’ noemden en toen tot de onmisbare outfit behoorden van iedereen die wilde meetellen. Hij had al een tikkeltje langer haar maar nog net niet over de oren. Beatlehaar was not done voor leraren maar Van de Kerkhoff zat er tegen aan.

Terwijl de klas bezig was boeken en schriften tevoorschijn te halen kondigde Van de Kerkhoff aan dat we dat konden laten zitten want we gingen de nieuwe LP van The Beatles “Rubber Soul” bespreken. Op de weinige Stones fanaten in de klas na waren we natuurlijk meteen in en steeg Van de Kerkhoff naar de absolute nummer 1 positie van favoriete leraren.

Top of Flop ?

Herman Stok

Er zijn zo veel Beatles nummers waarvan ik me nog steeds kan herinneren wanneer ik die voor het eerst hoorde. Elke keer een verpletterende ervaring. In de beginjaren ’60 hadden we thuis nog geen pick-up (platenspeler) maar wel een oude bandrecorder. Daarmee kon ik The Beatles Show van Jan van Veen op Radio Veronica opnemen en zo kon ik de eerste LP’s Please Please Me, With The Beatles en Hard Day’s Night beluisteren. Voor de rest was ik aangewezen op de radio distributie (waarschijnlijk weet alleen mijn generatie baby boomers nog wat dat was) met Tijd Voor Teenagers van Co de Kloet of het programma “Tussen 10+ en 20-“.

Voordat Rubber Soul uitkwam had “Help” de meeste impact op mij. In de krant stond dat de premiere van dit nummer ’s avonds zou worden uitgezonden in het beroemde programma “Top Of Flop” van Herman Stok. En daar kondigde Herman het nummer aan. Ik was tot op de draad gespannen. Toen het nummer was afgelopen was ik compleet betoverd.

De intro (The Beatles waren meesters in het maken van intro’s of juist het weglaten daarvan) met meteen Help !, daarna dat getokkel, de magische stem van John Lennon, de vraag en antwoord zang en dan dat einde met die hoge stemmetjes die “wooee” zongen. Helaas kon ik me daarna maar flarden van het nummer herinneren, het was teveel, te anders en te snel.

Rubber Soul

Zoals bij al die nieuwe nummers duurde het wel even voordat ik de finesses van een nieuw Beatlenummer door had en alles kon meezingen. De les van van de Kerkhoff was een warm bad voor de klas vol met Beatlefans. Want wat gebeurde daar allemaal op Rubber Soul ?

Natuurlijk al die catchy nummers van John en Paul die nog echt samen nummers schreven en de ongrijpbare chemie die daardoor ontstond waren een fenomenale belevenis. Maar wat was dat voor geluid bij “Norwegian Wood ?” Van de Kerkhoff wist het: het was een Indiase sitar. “Drive My Car” met die verrukkelijke intro en de ruwe rock stem van Paul met stuwende baslijn en dan dat “peep peep e peep peep yeah”.

Was dat een orgel op “The Word”? Nee van de Kerkhoff wist het antwoord. Het was een harmonium dat naar verluidt The Beatles bij toeval hadden gevonden in de EMI studio (later Abbey Road Studio genoemd). Het was een oud instrument dat veel in kerken werd gebruikt. De klas had er nog nooit van gehoord.

De fantastische zang (enigszins op The Byrds geinspireerd) van “Nowhere Man” zonder intro en John die meteen binnenkwam met “He’s A real Nowhere Man”. En dat hoge piepje ergens op het eind. Had iedereen dat gehoord ? Was dat wel de bedoeling ? Geemotioneerd haddden we allemaal naar “In My Life” geluisterd want als vierde klassers kenden we genoeg Engels om te tekst te volgen. En die solo, was dat een klavecimbel of spinet ? Later bleek het een piano solo te zijn die door de geniale George Martin op halve snelheid opgenomen was waardoor een spinet geluid ontstond.

Bij het beluisteren van “Girl” werden de meisjes in de klas wat onrustig vertelden ze besmuikt. Het was hun favoriete nummer waarin je kon horen dat John een ademteug nam voordat hij “Girl” zong en dan dat einde met romantische Balalaika muziek was voor hun helemaal het einde.”Think For Yourself” van George bracht ook een totaal nieuw geluid met de fuzz bass van Paul. Kenden we dat niet van het Stones nummer Satisfaction dat eerder dat jaar was uitgebracht ? De meningen waren verdeeld.

Bob Dylan

Qua muziek en instrumentatie waren alle veertien stukken juweeltjes. Maar ook met de teksten was wat aan de hand. Het was niet alleen de liefde tussen een jongen en meisje in eenvoudig Engels dat werd beschreven. Hier was sprake van meer diepgang en teksten die ook andere thema’s hadden. De klas was eensgezind van opvatting ( met instemming van docent Van de Kerkhoff ) dat dit duidelijk door de inspiratie van het werk van Bob Dylan kwam. Want “Nowhere man, I’m Looking Through You en Norwegian Wood ” om maar wat te noemen was andere koek dan “I Want To Hold Your Hand”.

Zo kwam een bijzondere les Nederlands in de vierde klas in December 1965 tot een eind. Met als klap op de vuurpijl dat tegelijkertijd met Rubber Soul de single “Day Tripper / We Can Work It Out” verscheen. Het kon niet op. De hele klas besteedde de Kerstvakantie aan het beluisteren van al dat nieuwe Beatle geweld. Terug van vakantie was iedereen het erover eens: ” Een Meesterwerk !”

Rubber Soul is nog steeds mijn all time favoriete Beatle album.

25
aug
22

Lush Life

Wie O Wie ?

Jazz zangers zijn dun gezaaid en goede jazz zangers zijn op de vingers van 1 hand te tellen. Maar wat zijn goede jazz zangers ? Sinatra ? Torme ? Nat King Cole ? Bennett ? Tegenwoordig Michael Buble ?

In Nederland hadden we Edwin Rutte die het aardig deed. Mijn broer Gerard heeft levendige herinneringen aan Edwin Rutten toen hij in de jaren zestig de befaamde FAMOS ( Federatie voor Amsterdamse Scholieren voor Ontspanning en Sport) bezocht in het AMVJ gebouw in de Vondelstraat. Waar verder aankomende musici als Rogier van Otterloo op piano, Theo Loevendie op sax, Hans van Leeuwen op gitaar en Carl Schulze op vibrafoon hun eerste schreden in de jazz scene zetten.

Edwin Rutten

Waar het grote publiek Edwin kent van de Film Van Ome Willem met het befaamde broodje poep zou eens een kijkje moeten nemen op zijn site edwinrutten.nl waar op te zien is dat hij een indrukwekkende discografie heeft opgebouwd en tot op de dag van vandaag actief is in de (jazz)muziek. Als jazz zanger zal hij ongetwijfeld bij een kleinere groep bekend zijn.

AMVJ Gebouw Leidse Bosje

Luister eens naar deze vertaalde ballad “That’s All” van het gelijknamige album met zijn oude FAMOS maat Rogier van Otterloo.

Zoals altijd is de persoonlijke smaak doorslaggevend en voor mij gelden bij zangers 4 criteria: het moet swingen, een aangenaam stemgeluid, veel glissando’s en de capaciteiten om te paraphraseren. Met dat laatste bedoel ik niet scatten, want met uitzondering van Ella en Sarah kan niemand dat.

Tegenwoordig is de Amerikaan Kurt Elling in zwang maar die is wat mij betreft niet een echte jazz zanger. Een stem met een te scherp randje, geen swinger en doet veel te ingewikkelde dingen. Kortom de markt van goede jazz zangers is dun gezaaid dus grijp ik terug op het verleden, met name naar 1963.

Coltrane en Hartman

Johnny Hartman

In 1963 benaderde producer Bob Thiele zanger Johnny Hartman met de vraag of hij een album met John Coltrane wilde opnemen. Hartman twijfelde want: ” Ik wist niet of John dat soort dingen kon spelen die ik deed”, vertelde hij tien jaar later aan schrijver Frank Kofsky. “Dus ik was eerst een beetje terughoudend. John werkte bij Birdland, en hij vroeg me om daarheen te komen, en nadat ik hem ballads had horen spelen zoals hij deed, man, zei ik: ‘Hé …, mooi.’ Dus zo zijn we bij elkaar gekomen.

John Maurice Hartman (3 juli 1923 – 15 september 1983) groeide op in Chicago en werkte in het begin van zijn carriere veel met Earl Hines, Dizzy Gillespie en Erroll Garner. Niet de minsten en desondanks kreeg Hartman geen grote bekendheid. Hij beschikte over een zalvende bariton en een bereik van vier octaven.

Dat veranderde toen in 1963 Hartman in de studio van de befaamde Rudy Van Gelder de LP John Coltrane & Johnny Hartman opnam. Met zijn baritonstem was Hartman een ballad specialist en dat komt op deze LP voortreffelijk tot zijn recht. Met naast Coltrane McCoy Tyner (p), Jimmy Garrison (b) en Elvin Jones (ds) kwam er een prima LP tot stand die tot het beste werk van Hartman wordt gerekend.

Clint ontdekt Johnny

Echt grote populariteit was niet weggelegd voor Johnny. Met name in de zestiger – en zeventiger jaren hield hij zich staande door in clubs en hotels te zingen. Daar is niets mis mee maar stond grote bekendheid in de weg. In 1983 overleed Johnny aan de gevolgen van longkanker.

Er kwam toch nog een revival tot stand doordat Clint Eastwood in 1995 de muziek van Johnny gebruikte voor zijn film The Bridges of Madison County:

I first heard Hartman when I was a kid growing up in the [San Francisco] Bay Area in the ‘40s and I was quite enthralled by him,” Eastwood said in press notes for the soundtrack “. His vocal quality, his style and delivery were exactly what I had in mind for some of the more romantic moments in the movie.

Op bijgaande opname horen we Hartman en Coltrane in het stuk “Lush Life” van de befaamde Billy Strayhorn.

Bronnen: Stringfixer.com, discogs.com., LATimes.com.

18
aug
22

Berlin Airlift

Frankfurt 1948, nog steeds veel puin in de stad (foto Bob van Eekhout Sr.)

Op tournee

In het najaar van 1948 was het orkest van Bob Sr. op tournee in Duitsland. Er zat een grote kolonie Nederlandse musici in Duitsland want er was werk in overvloed. Vooral in de Britse en Amerikaanse zones waren veel clubs, dancings en legerclubs voor officieren die elke dag live muziek brachten in een land dat weer in opbouw was en veel vertier nodig had.

Dat er zoveel Nederlandse musici aan het werk waren kwam doordat deze in de loop der jaren een prima jazz – en swing reputatie hadden opgebouwd en met name de Amerikanen op hun wenken bedienden met de laatste Amerikaanse hits. De ex-musici van The Ramblers en Ernst van ’t Hof waren vooral gewild. Duitse musici waren er nog nauwelijks want die had de Wehrmacht opgeslokt en die er waren konden nog slechts een bescheiden marsje ten gehore brengen.

Chocolade, nylons, sigaretten, trench coats en fotocamera’s.

Bijkomend voordeel was dat in de legerkantines veel luxe goederen voor spotprijzen te koop waren maar bij het thuisfront spaarzaam voorhanden waren. Ook bleken fototoestellen bijzonder goed en goedkoop en alle musici hadden er wel een. Gelukkig maar, er is daarom veel foto materiaal uit die periode voorhanden.

Berlijn 1948. Enthousiast de camera’s uitgeprobeerd en de nieuwe US trench coats aan. Bob Sr. midden (foto familielabum)

De tournee was begonnen in Bremen dat in de Britse zone lag en daarna ging het orkest naar de Amerikaanse zone waar ze optraden in Wiesbaden, Wurtzburg, Bad-Nauheim en Frankfurt. Onderweg wisselde de samenstelling van de orkesten nog wel eens. Sommige musici vertrokken na afloop van een engagement naar een ander orkest maar er waren altijd musici die direct hun plaats konden innemen.

Wachten op spoorstation Bremen met koffers en instrumenten. Bob Sr. links met hoed (foto familiealbum)

Bob Sr. speelde op enig moment in drie orkesten: bij het ene orkest de matinee’s, bij een ander orkest in de avond en bij de Amerikaanse omroep in het weekend. Gerepeteerd werd er nooit. Dit waren allemaal profs met grote ervaring en uitstekende bladmuziek – en arrangement lezers.

Bob Sr.1948

Berlijns contract.

Het orkest was tegen een lucratief contract voor een maand geboekt in een Berlijnse club. Probleem was dat op 24 juni dat jaar de Russen alle weg en waterwegen naar Berlijn hadden geblokkeerd, de bekende “Berlin Blockade”. Vanaf 26 juni zetten de Britten en Amerikanen met Dakota’s en Skymasters een luchtbrug naar Berlijn op die tot 30 September 1949 zou duren.

Er zat voor het orkest niets anders op dan met de Amerikanen naar Berlijn te vliegen. Daar zaten ze niet echt op te wachten want er kwam tijdens die luchtbrug nog wel eens een toestel ongewild naar beneden. Vliegen was in die tijd een uitzondering en voor alle musici was het hun luchtdoop (volgens Wikipedia verongelukten er zeventien toestellen tijdens de gehele luchtbrug periode).

Om mee te kunnen met de luchtbrug had het orkest wel toestemming van de legerleiding nodig anders kwamen ze er niet in. Met name Amerikanen zagen na de eerste levensbehoeften muziek als tweede levensbehoefte voor hun soldaten dus die toestemming van HQ EUCOM (European Command), special order 300.4 10-458 was er snel.

Berlin Airlift.

Op 1 November 1948 was het zover. Het orkest en hun instrumenten werden in taxi’s geladen en gingen in optocht naar de Flughafen Rhein-Main. Het toestel zou om 08.45 vertrekken dus dat was een vroegertje voor de heren. Het werd geen fijne tocht. Gezeten op harde canvasbankjes midden tussen pallets, dozen en kisten werd het een hotsebots vlucht maar ze kwamen goed aan.

Aankomst Berlijn Tempelhof. Bob Sr. 2e van links. Links op het platform staan de instrumenten waaronder de bass drum en contrabas

Het orkest is een aantal maanden in Berlijn gebleven dus moesten ze voor de terugreis naar Frankfurt weer met de luchtbrug. De ticket van die reis is bewaard gebleven in het familealbum.

Na dik een half jaar was het orkest weer thuis in Amsterdam. Hoe alle musici de luchtreis hebben doorstaan weet ik niet. Maar Bob Sr. heeft daarna nooit meer gevlogen…….

DE grote hit in 1948 stond op naam van Peggy Lee: Manana ( Is Good Enough For Me). Peggy zingt het met een prachtig Spaans accent en zorgeloze presentatie zoals dat hoort: morgen weer een dag !

14
aug
22

Vleugellam

Jazz Trio JazzTraffic, v.l.n.r. Hans Heinhuis, Bob van Eekhout, Hans de Groot tijdens de opnamen van Broken Wing, Tuinzaal Molen van Sloten (foto Erwin Wittenberg)

Broken Wing (R.Beirach)

14 Augustus 2013 was een bijzondere dag voor het JazzTraffic Trio met Hans Heinhuis op piano, Hans de Groot op contrabas en Bob van Eekhout Jr. op drums.

Met deze prachtige jazz wals van Richie Beirach stond JazzTraffic een maand lang # 1 op de Download Top 40 van de Amerikaanse jazz website  All About Jazz, nadat het op 14 Augustus 2013 was verkozen tot “Download of the Day”. Het is een juweeltje dat Chet Baker standaard op zijn repertoire had en speelde op zijn CD “Jazz In Paris”. Luister en geniet van de JazzTraffic uitvoering met Hans Heinhuis in de hoofdrol !

Broken Wing door JazzTraffic #1 bij All About Jazz

Bij All About Jazz kunnen jazz formaties hun muziek insturen die dan door een jury wordt beoordeeld en bij selectie wordt verkozen tot Download Of The Day. Vervolgens blijft de inzending er 30 dagen opstaan en ontstaat er een rangschikking op basis van het aantal downloads. Hoe meer downloads, hoe hoger het nummer op de ranglijst komt.

JazzTraffic werd verkozen tot Download Of The Day en bereikte op 14 Augustus 2013 de #1 positie met ruim 2200 downloads per dag en kwam uiteindelijk op 10 September op 2503 downloads uit. Het is en blijft een ijzersterk nummer.

Richie Beirach is boos

Broken Wing is een compositie van jazzpianist en componist Richie Beirach. De titel zegt het al, een ietwat melancholisch stuk geschreven in een 3/4 maat en is daarmee een  jazzwals. Het trio heeft het stuk in 2011 opgenomen in de tuinzaal van de Molen van Sloten en werd uitgebracht op de CD ” Jazz From The Night Before”.

Om het heugelijke feit van onze #1 positie te vieren nam ik contact op met de componist Richie Beirach die inmiddels als professor jazzpiano was verbonden aan het Conservatorium van Leipzig. Ik was benieuwd hoe het nummer tot stand was gekomen en het waarom van de titel.

Ik kwam van de bekende kermis thuis. Hij antwoordde op mijn mail dat hij me een pers parasiet vond en eerst maar eens flink moest betalen voordat hij ueberhaupt met mij verder zou gaan. Toen ik terug mailde dat het om een niet commercieel jazz blog ging dat ik schreef zonder enige band met de pers werd hij nog kwader. Ik kreeg een mail van een half A4-tje terug met beledigingen en bedreigingen.

Richie Beirach

Onvoorstelbaar dat zo’n groot musicus zo reageerde. Helaas heb ik de mail conversatie niet meer anders had ik deze zonder blikken of blozen gepubliceerd. Hierbij een foto van deze held en maar hopen dat ik niet aangeklaagd wordt. Ik hou U op de hoogte.

Ons plezier en trots op deze prestatie was er niet minder om en het blijft bijzonder dat een Nederlands trio dit presteerde. Al zeg ik hetzelf.

11
aug
22

Voorspel

Vinyl de deur uit

Ooit had ik een behoorlijke vinyl collectie maar die is de afgelopen decennia behoorlijk uitgedund. Platenspeler de deur uit, de opkomst van de CD’s en later Spotify en iTunes dus wat moet je er mee. Veel van mijn collectie is op Koninginnedag voor een habbekrats de deur uitgegaan.

Spijt ? Nee, want de juweeltjes heb ik bewaard. Natuurlijk alle Beatle en Beach Boys LP’s, de eerste Mono LP van The Who, Oscar Peterson’s “We Get Requests” en natuurlijk mijn Buddy Rich verzameling. Want “the world’s greatest drummer” bleef en blijft mij boeien.

In die verzameling kwam ik Buddy’s LP “The Roar Of ’74” tegen. De titel allitereert lekker, op z’n Engels althans. Dit is naar mijn mening een van de minst aansprekende LP’s van zijn orkest. Het is teveel studiowerk met veel galm waardoor de echte big band sound totaal verloren gaat. Het is jazz en het swingt ontegenzeggelijk anders had het net zo goed James Last kunnen zijn.

Prelude To A Kiss

Maar er is een (1) stuk dat zo mateloos mooi is en dat is zijn uitvoering van “Prelude To A Kiss”. Dit stuk werd in 1938 gecomponeerd door Duke Ellington met tekst van Irving Gordon en Irving Mills.

Vooral de instrumentale uitvoeringen hebben altijd de meeste aandacht gekregen met natuurlijk de eerste opname van Ellington zelf met een goddelijke solo van wie anders dan Johnny Hodges. De spanningsboog van het stuk zit vooral in de laatste vier maten van de bridge en de eerste vier maten van de opening die als het ware spiegelen, van laag naar hoog en terug.

De uitvoering van de Buddy Rich Band is vooral mooi door de intro en outro van de sax sectie, die doet denken aan de beroemde Four Brothers van de Woody Herman band met Zoot Zims, Stan Getz, Herbie Stewart en Serge Chaloff.

Buddy was kennelijk geraakt door de uitvoering want wie goed oplet, hoort in het begin van de pianosolo hem op de achtergrond “beautiful” roepen. Dat is andere koek voor een orkestleider die vaak is uitgemaakt voor bullebak en dictator. Wat ook wel waar was hoewel bekend is dat hij orkestleden hielp die door ziekte voor onverwachte medische kosten kwamen te staan. In Amerika is dat geen sinecure.

05
aug
22

Revolver

In het voorjaar van 1966 had ik mijn MULO diploma gehaald en ambitieus als ik was lag de HBS als vervolgstation op mijn pad en meldde ik me aan bij het Lely Lyceum op de Keizersgracht.

De Bijenkorf

Ik was inmiddels 16 en klaar voor het eerste vakantiebaantje. Het werd de keuken van het Bijenkorf restaurant. Dat werd geen groot succes. De eerste twee dagen stond ik de hele dag kroketten in een gele smurrie van bloem en eigeel te rollen. De chef-kok merkte mijn duidelijk zichtbare weerzin op. Toen ik bij hem moest komen en hem met mijn handen in mijn zakken te woord stond was mijn lot bezegeld. Ik moest de keuken uit en werd gedegradeerd naar de spoelkeuken.

Ook dat werd een directe miskleun. De cheffin van de spoelkeuken was een soort Russische worstelkampioene, klein van stuk, kort geknipt haar en spierballen die mij direct begon af te bekken. Binnen een uur had ik grote bonje met haar en moest ik ook daar vertrekken. Dit was 1966 dus de tijd van jeugdig verzet en dan moet je een puber niet afblaffen. My Generation nietwaar ?

Ik kwam van de hel in de hemel toen ik mij de volgende dag moest melden bij de dames van het snelbuffet. Dat was de hele dag de tafels opruimen en de lege kopjes, schotels, bestek en schalen naar de spoelkeuken brengen waar ik de worstelkampioene weer tegenkwam. Ook dat was werk van niks maar de dames achter het buffet waren schatjes. Ik kreeg de hele dag lekkere broodjes, ijsjes of flesjes Cola. Maar hoe leuk het ook was, binnen een week was ik vertrokken bij de Bijenkorf.

Vervolgens ging ik samen met mijn gabber Albert (Appie) werken bij de Nederlandse Crediet Maatschappij op de Keizersgracht. Dat werd de hele dag afgelegde dossiers opbergen in de archieven onder de bezielende leiding van Mevrouw Groeneveld. Of ze echt zo heette weet ik niet meer maar het was iets met groen erin. Het fijne was dat van deze cheffin de hele dag de radio zachtjes mocht aanstaan.

De premiere van Revolver

En wat wilde het geval ? Op 5 Augustus was de nieuwe LP van de Beatles uitgekomen met de titel “Revolver” en die werd die dag op de radio uitgezonden. Dat wist ik natuurlijk en dus had ik tijdens het opbergen van de dossiers de oren gespitst toen de hele LP werd aangekondigd en gedraaid. Wellicht daarom kan ik me de premiere van dit schitterende Beatle album zo goed herinneren.

Overigens met de verdiensten van onze vakantiebaan staken Albert en ik ons in een splinternieuwe garderobe, geheel Sixties Proof. Op deze foto zit ik achter de oude Premier drumkit van Bob sr., gestoken in een suede spijkerjack (zoals John Lennon op de hoes van Rubber Soul), een blauw-wit geblokt hemd met zeer hoge boord (zoals Ray Davies van de Kinks), een visgraat donkere broek en ribfluwelen schoenen met witte sokken.

Bobbie op het dak Zeilstraat Amsterdam 1966

Fantastische baspartij.

Terug naar Revolver. Grote indruk op mij maakte het stuk “Here There And Everywhere” een overduidelijke McCartney compositie. Een mooi verse, prachtige melodielijn en een achtergrondkoortje van de heren zelf. Dit was McCartney op z’n best die overigens op deze LP de hegemonie van Lennon overnam met zulke prachtige stukken zoals Eleanor Rigby, For No One en Goodday Sunshine.

Dit pracht stuk is honderden malen gecovered maar er zijn maar weinig jazz uitvoeringen te vinden. Luister hier naar een mooie vertolking van het European Jazz Trio van de LP “Memories Of Liverpool” uit 1995 met Marc van Roon (p), Frans van der Hoeven (b) en Roy Dackus (ds). Uitgevoerd in 3/4 maat swingt het als een tierelier. Zet je bas iets harder en geniet van de wonderschone baspartij van Frans.

14
jul
22

WDR

Duitsland is sinds decennia een belangrijk werkterrein geweest voor Nederlandse musici. Dat begon aan het einde van de oorlog zo rond 1944 toen een grote kolonie Nederlandse jazz – en amusementsmusici in Duitsland werkte, met name in Berlijn.

Dat trok na de oorlog wel eens scheve gezichten maar Nederlandse musici waren niet echte verzetshelden vermoed ik. Althans toen niet. En als er thuis vrouw en kinderen wachten en het alternatief tewerkstelling in een Duitse fabriek is, dan is en was de keuze snel gemaakt.

Nylons, chocolade en sigaretten.

Vlak na de oorlog was het helemaal feest voor de musici. De grote aantallen Amerikaanse soldaten die Duitsland bezet hielden moesten vermaakt worden en dus trok een hele karavaan naar Duitsland om daar in clubs en dancings de GI’s te vermaken. Daar werd goed verdiend en bovendien beschikten de Amerikanen over grote hoeveelheden sigaretten, nylons, chocola etc. die gretig aftrek vonden en met de gages naar het Nederlandse thuisfront werden gestuurd.

Uit het familiealbum: Bob van Eekhout sr. (rechts) hier voor de officiersclub de “Spot Club”, Bremen 1948

Dat gages naar huis werden gestuurd ging overigens niet voor alle musici op. Ik weet van Bob Sr. van een muzikant (inmiddels overleden) dat hij een telegram van zijn vrouw kreeg met de tekst: “waar blijft geld ?” waarop hij een telegram terugstuurde met de tekst: “geld komt niet”. De naam houd ik voor me want zelfs postuum wil je hiermee niet geconfronteerd worden.

Overigens had spelen voor de Amerikanen ook een groot effect op het repertoire. Uiteraard wilden de Amerikanen zoveel mogelijk hun eigen jazz – en swingmuziek horen en zo raakten de musici bekend met het Great American Songbook die we nu als standards beschouwen.

Bordeelmuziek

Dat bleek uit de voorbereiding voor het Millers Tribute programma dat ik een aantal jaren geleden maakte. Toen bleek dat bij de vele Amerikaanse nummers die De Millers brachten het stuk “Get Up Those Stairs Mademoiselle” werd gespeeld, wat bij bestudering van de aangepaste tekst over niet anders dan een bordeel bleek te gaan. Het was een stuk uit 1937 van The Deep River Boys en de GI’s lustten er wel pap van.

Dat de tekst “voulez-vous dansez avec moi” in “couchez avec moi” werd veranderd bleek niemand te hinderen. En waarom ook. De Pointer Sisters scoorden jaren later een grote hit met die tekst.

Van nabij maakte ik mee dat de fameuze Nederlandse drummer Joop Korzelius ergens in de jaren vijftig naar het orkest van Max Greger vertrok. Joop was een huisvriend van mijn pa die een mentor voor hem was en dus kwamen alle verhalen in geuren en kleuren bij ons over de drempel.

Dat Joop werd gevraagd voor dit Duitse superorkest was een unicum want in Duitsland zaten ze niet om goeie drummers verlegen. Maar Joop was nu eenmaal een klasse apart en Max Greger was gek op hem. Maar Joop was iets te apart en had de gewoonte zo af en toe niet op te komen dagen voor repetities of uitvoeringen. Ten einde raad heeft Greger Joop op een betaalde vakantie gestuurd omdat hij dacht dat hij overspannen was. Maar dat mocht niet baten en was het einde oefening voor Joop.

Tot op de dag van vandaag hebben Nederlandse musici een prima reputatie in Duitsland. Omdat daar bijvoorbeeld de Dixieland muziek nog steeds in trek is, is de Nederlandse DAS Jazzband nog steeds een graag geziene gast.

WDR Big Band

De uitschieters van vandaag zijn natuurlijk trompettist Ruud Breuls en drummer Hans Dekker die in vaste dienst zijn bij de bigband van de Westdeutscher Rundfunk. Dat is de droom van elke musicus, een betaalde baan en dat aanvullen met schnabbels (gigs) en lesgeven staat garant voor een prettig leven.

Ruud Breuls, Hans Dekker, John Goldsby aan het werk in Blanton (Simon Rigter)

Dit orkest bestaat naar mijn idee uit louter virtuozen en dat komt tot uitdrukking in dit stuk van Dizzy Gillespie uit 1945: Be-Bop. De originele versie is in een waanzinnig Jezus tempo (John Engels) en de WDR big band brengt het in een arrangement van tempowisselingen en met een aantal maten Latin, een Gillespie trademark wat Diz’ overigens zelf niet gebruikte in het origineel.

Let op de eerste twaalf maten als het orkest het thema speelt: een complexe melodielijn maar spatgelijk in een up uptempo. Niet normaal.

Let bij de solo van Joan Chamorro op de uitdrukking op het gezicht van de bebrilde saxofonist achter hem.

07
jul
22

De Krentebroden van Martin Gale.

De trouwe lezers van dit blog zullen zich herinneren wat een verpletterende indruk het orkest van Eddy Christiani op mij maakte in de periode dat mijn pa Bob Sr. daar deel van uitmaakte. En met name de repetities in de City Hal waar ik als jochie van 7 zo nu en dan mee mocht naar de repetities.

Orkest Eddy Christiani 1957, City Hal Amsterdam met v.l.n.r Freddy Ferdo (acc), John de Mol Sr. (b), Kees Noorddijk (kl), Bob van Eekhout Sr. (ds en p), Theo van Brinkom (v), Eddy Christiani (gt en vc), Rinus van Galen (p).

De meeste indruk maakte het moment dat ik met pa de zaal binnen kwam en ik het podium zag met al die instrumenten, klaar om bespeeld te worden. De opstelling van de vleugel, accordeons, de gitaar van Eddy, de klarinet op een houder van Kees Noordijk (broer van Piet), de glimmende drums en de contrabas van John de Mol Sr. schuin op een stoel, het was voor mij een magisch schouwspel. Nog steeds heb ik dat magische gevoel bij een concert in het Concertgebouw als de instrumenten klaar staan en het wachten is op de musici.

Matinee’s in de City Hal.

De City Hal was toen onderdeel van het City Theater, tegenwoordig bekend als City Pathe. Het bestond toen uit een bioscoop en een grote hal met een podium waar elke week en in de weekends live muziek te horen was. Steevast op de zondagmiddagen was er matinee waar er door het Amsterdamse publiek flink werd gedanst. Het begrip matinee is een lang vervlogen begrip en toen minder populair bij musici omdat overdag optreden niet echt in hun bioritme zat.

Rinus van Galen (Martin Gale)

De pianist van het orkest was Rinus van Galen (1930-1989). Hij en mijn pa waren gabbers, reden waarom Rinus met regelmaat bij ons thuis in de Zeilstraat in Amsterdam op bezoek kwam. Dit tot onverdeeld genoegen van mijn moeder die volgens mij behoorlijk gecharmeerd was van Rinus. In tegenstelling tot de bezoekjes van drummer Joop Korzelius die zij niet kon luchten of zien. Niet vanwege Joop zelf maar om het ellenlange gepraat over alles wat met muziek te maken had en dan vooral het specifieke drummers geouwehoer.

Maar er werden ook bezoekjes gebracht aan Rinus thuis en dan nam mijn vader me af en toe mee. Achterop de Kaptein Mobylette (de legendarische bromfiets) gingen we richting Geuzenveld (denk ik), waarvan ik me herinner dat Rinus een kleine woning had met zo’n typische vijftiger jaren inrichting met rotan meubelen en Tomado rekjes.

Rinus kon alles

Bob sr. had een grote bewondering voor Rinus. Niet zozeer omdat hij als enige in het orkest een Conservatorium opleiding had genoten, wat op zich al bijzonder was in die tijd. Maar alle musici waren goed geschoold dus waren ze aan elkaar gewaagd.

Het was meer om zijn uitzonderlijke muzikaliteit. Rinus was een eerste klas pianist maar het wonderlijke was dat hij op veel instrumenten uit de voeten kon. Als hij een week met een trombone in de weer was kon hij na een week al aardig op dat instrument spelen. Maar net zo makkelijk ging dat op gitaar of accordeon.

De Krentebroden van Rinus

Rinus was een buitengewoon vaardig lezer van bladmuziek. Hij was met mijn pa vaak bezig in het schnabbelcircuit en dan moesten er artiesten worden begeleid. Vaak kregen ze dan pas een half uur of minder voor het optreden de bladmuziek en de pianopartijen van Rinus bestonden vaak uit “krentebroden”. Dat is een muzikanten term voor partijen waar ongelooflijk veel noten in staan. Maar zonder blikken of blozen speelde Rinus alles een paar minuutjes door om tijdens het optreden een vlekkeloze partij af te leveren.

Rinus gaat solo

Eind jaren vijftig was de formule van Eddy Christiani minder in trek en kwam het orkest aan zijn einde. Christiani ging voornamelijk verder als gitarist in bekende combo’s zoals die van Tonny Eyk en moest hij genoegen nemen met een minder prominente rol.

Dat gold niet voor Rinus. Hij mat zich Martin Gale als artiestennaam aan en dat gaf een nieuwe impuls aan zijn carriere. Met zijn geweldige talent ontwikkelde hij zich tot studiomuzikant, componist, arrangeur en orkestleider en was een tijd de vaste begeleider van Toon Hermans. Als Martin Gale maakte hij een lange serie LP’s die niet direct artistieke hoogstandjes waren maar meer geclassificeerd konden worden als FUMU (functionele muziek voor achtergrondgeluid in hotels en supermarkten).

Rinus was ook orkestleider van het Carnaval Orkest, een gelegenheidsformatie die opnames maakt voor CBS, waarvan sommige stukken werden geproduceerd door…… jawel Ruud Jacobs. Ook speelde hij lang bij de alom gewaardeerde Skymasters en boekte veel succes met zijn Honky Tonky orkest “The Old Timers” waarmee hij tournees maakte door Duitsland en Japan.

Zijn grote muzikaliteit en aanleg voor instrumentatie en arrangementen maakten hem tot een gewild en succesvol beroepsmusicus. Helaas was Rinus geen lang leven gegund en overleed hij op 12 juli 1989 op 58 jarige leeftijd.

Hier een You Tube filmpje van Rinus als Honky Tonky pianist. Het idee daarvoor ontstond al in de Christiani periode. Er werd dan een ijzeren ketting op de snaren van de vleugel gelegd en speelde Rinus samen met Freddy Ferdo en Bob Sr. (six mains) een Honky Tonky stuk met als titel: ” Rinus, Freddy, Bobby, piano is hun hobby” !

29
jun
22

Muzikantenluis

Er was in de periode, zeg 1940 – 1990, dat beroepsmusici goed hun brood konden verdienen, altijd een groep jonge mannen die om het beroepscircus heen zwierven. Ze gingen naar optredens, maakten na afloop een praatje met musici, waren altijd nieuwsgierig naar technische zaken over muziek of instrumenten en boden vaak aan te helpen met sjouwen van apparatuur.

Vaak waren het amateur musici of alleen geinteresseerden die zonder noemenswaardige muzikale aanleg een overdreven romantisch beeld hadden van hoe het toe ging in de beroepswereld. Zonder enige twijfel keken de beroeps boys met zeker dedain naar deze amateurs. Volgens mijn pa stond deze groep daarom bij de musici bekend als “muzikantenluizen”.

Leidseplein 1962

Natuurlijk hadden de beroeps jongens van hun hobby hun beroep gemaakt en de buitenkant oogde mooi in die wereld van glitter en glamour. Je kon heel goed verdienen maar het was hard werken. Overdag opnames voor de radio bij de vele orkesten die de omroepen toen rijk waren, plaatopnames en dan ’s avonds spelen in nachtclubs, dancings of hotels. In de rijke nachthoreca van de jaren ’50 en ’60 konden musici het Leidseplein, Rembrandt – en Thorbeckeplein het hele jaar rond spelen in bekende clubs als The Blue Note, Extase, Femina, Schiller, Trocadero, Villa D’Este of Caramella.

Herr Musiker

Maar er was ook veel naijver en jaloezie. Met name bij de omroep gunden ze elkaar het licht in de ogen niet en elke nieuwe musicus die er kwam werken werd gezien als een potentiele vijand. En er was natuurlijk gedonder met drank en vrouwen die botsten met de muzikantenvrouwen die doorgaans de reputatie hadden van alles verwoestende bitches.

Musici speelden 6 dagen in de week met slechts 1 vrije dag die ze overigens te danken hadden aan de Duitse bezetter omdat dat in Duitsland heel normaal was. Want de “Herr Musiker” stond in Duitsland in hoog aanzien. Tot die tijd was het zeven dagen per week buffelen. De Nederlandse Toonkunstenaars Bond waarvan de meeste musici lid waren, had inspecteurs in dienst die de horeca controleerden of er geen amateurmusici werkten die natuurlijk ver onder de prijs werkten en de markt verziekten voor de beroepsjongens. De horecabaas die zich schuldig maakte aan het werken met amateurs kon rekenen op een boete en boycot van de bond.

Max Teawhistle

De term muzikantenluis kwam bij mij op toen ik het werk van Max Teeuwisse (1929-2014) ontdekte, hoewel deze term geen recht doet aan deze jazzliefhebber. Teeuwisse was een kleurrijke en veelzijdige figuur die vanaf 1970 in Den Oever de jazz boerderij Bij Max exploiteerde. Max gaf zichzelf onder de artiestenaam Max Teawhistle uit als trombonist maar volgens mensen die het weten konden was dat absoluut geen aanwinst voor de muziekwereld.

In zijn jazz cafe heeft zo ongeveer iedereen, of misschien wel iedereen, die iets in de jazzwereld betekende gespeeld. Max was een groot organisator en inspirator en kreeg bekendheid door humoristische teksten te maken op bekende standards. Zo werd “You Don’t Know What Love Is” in zijn handen “Als Jij Wist Wat Lof Was”, “Yardbird Suite” werd “Vrijgezellen Suite”, “Little White Lies” werd “Whisky Met IJs” en “That Old Feeling” werd “Een Mooie Drieling”.

Max maakt twee CD’s: Bijna Shocking (1989) en Caravan (2001) waarbij Caravan natuurlijk in het oerhollandse jasje van de sleurhut werd gezet. In 2001 moest Bij Max helaas de deuren sluiten omdat de zaak niet meer voldeed aan de nieuwe brandveiligheids eisen.

Whisky met IJs

Als eerbetoon aan Max speelden we in het Millers Tribute programma het zeer inspirerende Whisky Met IJs, hier in de uitvoering van Max zelf met begeleiding van o.a. Eddy Sanchez (vb) en Frans Poptie (v).

Voor een uitgebreide bio van Max hierbij de link naar Muziekencyclopedie.




Follow Bob's Jazz Blog. on WordPress.com

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Voeg je bij 318 andere volgers

About Bob Van Eekhout

Bob van Eekhout drummer Jazz Trio JazzTraffic

Nederlands Jazz Archief

Logo Nederlands Jazz Archief

Van-Ons.nl WordPress Development

Van-Ons.nl WordPress Development & Training

JazzTraffic Trio. Uw Jazzband voor een gezellige sfeer en goede achtergrondmuziek

Jazz Trio JazzTraffic

%d bloggers liken dit: